'Toezichthouder droeg bij aan bankroet Vie d'Or'

 

 
DEN HAAG - De Pensioen- en Verzekeringskamer heeft actief meegeholpen bij het uithollen van het vermogen van de Veldhovense levensverzekeraar Vie d'Or.

 
Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (426x276, 16kb)
De afrondende zitting voor de Haagse rechtbank
Daardoor viel de verzekeraar uiteindelijk om en raakten elfduizend polishouders financieel zwaar gedupeerd. Tot deze opmerkelijke conclusie kwam de advocaat van ex-polishouders, A. Croiset van Uchelen, gisteren tijdens een afrondende zitting voor de Haagse rechtbank in de civiele procedure tegen de toezichthouder, accountant, actuaris en de Staat der Nederlanden. Zij worden door de betrokken verzekerden aansprakelijk gesteld voor het faillissement van Vie d'Or. Een schadeclaim van bijna ƒ300 miljoen hangt hen boven het hoofd.

"Kijk, daar vooraan zit Maes. Wat een lef", fluistert een ex-polishouder achterin de kleine rechtszaal van de Haagse arrondissementsrechtbank. De omstreden ex-directeur Frans Maes van Vie d'Or, in deze civiele procedure geen partij, zit inderdaad doodleuk op de voorste rij. Dat hij opvalt, ontgaat hem niet: "Zie je die gezichten? Dat is pure haat!" Hij lacht er zenuwachtig bij. De van oplichting en belastingfraude verdachte directeur heeft een cassetterecordertje bij zich om de pleidooien op te nemen. Handig ter voorbereiding van de strafzitting die hem over twee weken wacht. Het recordertje weigert echter dienst.

Ongemakkelijk schuift Maes op het bankje heen en weer wanneer het legertje advocaten van achtereenvolgens de Pensioen- en Verzekeringskamer, accountant, actuaris en de Stichting Vie d'Or te spreken komt over de voormalige directie van de omgevallen verzekeringsmaatschappij. Hun beschrijving van de oud-bestuurders komt grotendeels overeen. Het vormt in feite het enige punt waarover zij het met elkaar eens zijn. De directie was buitengewoon onbetrouwbaar en leidde zowel toezichthouders als verzekerden acht jaar lang om te tuin.

Pas als de raadsman van de Verzekeringskamer aangeeft dat de situatie bij Vie d'Or niet hopeloos was, zelfs tot vlak voor de cruciale publiciteit over vermeende fraude in 1993, komt Maes weer tot leven: "Zie je nou? Het hoge woord is er uit: Vie d'Or had helemaal niet kapot hoeven gaan!"

De onschuld implicerende woorden van de toezichthouder volgen op een vernietigend pleidooi van de zich in de Stichting Vie d'Or georganiseerde ex-polishouders. Volgens de raadsman van de stichting heeft de Verzekeringskamer bijgedragen aan de ondergang van de levensverzekeraar uit Veldhoven, door namens Vie d'Or te onderhandelen over contracten waarmee toekomstige winst van de levensverzekeraar in de tijd naar voren werden gehaald. Vie d'Or kon zo met winst die pas over dertig tot veertig jaar verdiend zou worden, blijven voldoen aan de solvabiliteitseisen. "Daarmee heeft de Verzekeringskamer de constructies die het vermogen van Vie d'Or hebben uitgehold, zelf helpen optuigen."

De omstreden constructies, 'surplus reliëf contracten' geheten, hadden volgens de ex-polishouders nooit toegepast mogen worden bij Vie d'Or, onder andere omdat het een jonge, zeer risicovolle onderneming betrof met een chaotische administratie. "Bij zo'n organisatie is het wel erg gevaarlijk om juist dit soort vluchtige activa op de balans te zetten", aldus de raadsman. De constructie bezorgde de Verzekeringskamer op den duur een toezichthoudersdilemma: ingrijpen werd vrijwel onmogelijk omdat Vie d'Or overeind werd gehouden door toekomstige baten. Een ingreep betekende automatisch dat er een enorm financieel gat zou ontstaan, aangezien de toekomstige winst niet langer kon worden gerealiseerd.

Een andere cruciale misser van de toezichthouder is in de ogen van de Stichting Vie d'Or het gebrek aan een degelijke antecedententoetsing van de bestuurders van Vie d'Or. Zo beschikte statutair directeur Frans Maes nauwelijks over verzekeringskennis. "Dat verklaarde hij ook zelf. Hij heeft meer een beleggingsachtergrond. De man met ervaring in het verzekeringswezen was Gerard van Santen. Die was echter wegens financiële malversaties ontslagen bij zijn vorige werkgever, Erasmus Verzekeringen", wist de raadsman.

Dat Van Santen eigenlijk helemaal geen bestuurder van een verzekeringsmaatschappij had mogen zijn, bleek uit eerdere verklaringen van een directie-secretaresse en Frans Maes: "De heer van Santen was zwaar aan de drank, stond privé meer dan een miljoen gulden rood en wilde zijn inkomen per se uitbetaald krijgen via dubieuze Antilliaanse vennootschappen, bedoeld om de belasting te ontduiken. Niettemin blijft de Verzekeringskamer volhouden dat een antecedententoetsing niets zou hebben opgeleverd. Ik heb eerder het idee dat zij deze taak niet juist, of beter gezegd: helemaal niet heeft uitgevoerd."

De Haagse rechtbank hoopt op 18 april uitspraak te doen.