DEN
HAAG - De Pensioen- en Verzekeringskamer heeft actief
meegeholpen bij het uithollen van het vermogen van de
Veldhovense levensverzekeraar Vie d'Or.

|
De afrondende zitting
voor de Haagse rechtbank
|
Daardoor viel de verzekeraar uiteindelijk om en raakten
elfduizend polishouders financieel zwaar gedupeerd. Tot deze
opmerkelijke conclusie kwam de advocaat van ex-polishouders, A.
Croiset van Uchelen, gisteren tijdens een afrondende zitting
voor de Haagse rechtbank in de civiele procedure tegen de
toezichthouder, accountant, actuaris en de Staat der
Nederlanden. Zij worden door de betrokken verzekerden
aansprakelijk gesteld voor het faillissement van Vie d'Or. Een
schadeclaim van bijna ƒ300 miljoen hangt hen boven het hoofd.
"Kijk, daar vooraan zit Maes. Wat een lef",
fluistert een ex-polishouder achterin de kleine rechtszaal van
de Haagse arrondissementsrechtbank. De omstreden ex-directeur
Frans Maes van Vie d'Or, in deze civiele procedure geen partij,
zit inderdaad doodleuk op de voorste rij. Dat hij opvalt,
ontgaat hem niet: "Zie je die gezichten? Dat is pure
haat!" Hij lacht er zenuwachtig bij. De van oplichting en
belastingfraude verdachte directeur heeft een
cassetterecordertje bij zich om de pleidooien op te nemen.
Handig ter voorbereiding van de strafzitting die hem over twee
weken wacht. Het recordertje weigert echter dienst.
Ongemakkelijk schuift Maes op het bankje heen en weer wanneer
het legertje advocaten van achtereenvolgens de Pensioen- en
Verzekeringskamer, accountant, actuaris en de Stichting Vie d'Or
te spreken komt over de voormalige directie van de omgevallen
verzekeringsmaatschappij. Hun beschrijving van de
oud-bestuurders komt grotendeels overeen. Het vormt in feite het
enige punt waarover zij het met elkaar eens zijn. De directie
was buitengewoon onbetrouwbaar en leidde zowel toezichthouders
als verzekerden acht jaar lang om te tuin.
Pas als de raadsman van de Verzekeringskamer aangeeft dat de
situatie bij Vie d'Or niet hopeloos was, zelfs tot vlak voor de
cruciale publiciteit over vermeende fraude in 1993, komt Maes
weer tot leven: "Zie je nou? Het hoge woord is er uit: Vie
d'Or had helemaal niet kapot hoeven gaan!"
De onschuld implicerende woorden van de toezichthouder volgen
op een vernietigend pleidooi van de zich in de Stichting Vie
d'Or georganiseerde ex-polishouders. Volgens de raadsman van de
stichting heeft de Verzekeringskamer bijgedragen aan de
ondergang van de levensverzekeraar uit Veldhoven, door namens
Vie d'Or te onderhandelen over contracten waarmee toekomstige
winst van de levensverzekeraar in de tijd naar voren werden
gehaald. Vie d'Or kon zo met winst die pas over dertig tot
veertig jaar verdiend zou worden, blijven voldoen aan de
solvabiliteitseisen. "Daarmee heeft de Verzekeringskamer de
constructies die het vermogen van Vie d'Or hebben uitgehold,
zelf helpen optuigen."
De omstreden constructies, 'surplus reliëf contracten'
geheten, hadden volgens de ex-polishouders nooit toegepast mogen
worden bij Vie d'Or, onder andere omdat het een jonge, zeer
risicovolle onderneming betrof met een chaotische administratie.
"Bij zo'n organisatie is het wel erg gevaarlijk om juist
dit soort vluchtige activa op de balans te zetten", aldus
de raadsman. De constructie bezorgde de Verzekeringskamer op den
duur een toezichthoudersdilemma: ingrijpen werd vrijwel
onmogelijk omdat Vie d'Or overeind werd gehouden door
toekomstige baten. Een ingreep betekende automatisch dat er een
enorm financieel gat zou ontstaan, aangezien de toekomstige
winst niet langer kon worden gerealiseerd.
Een andere cruciale misser van de toezichthouder is in de
ogen van de Stichting Vie d'Or het gebrek aan een degelijke
antecedententoetsing van de bestuurders van Vie d'Or. Zo
beschikte statutair directeur Frans Maes nauwelijks over
verzekeringskennis. "Dat verklaarde hij ook zelf. Hij heeft
meer een beleggingsachtergrond. De man met ervaring in het
verzekeringswezen was Gerard van Santen. Die was echter wegens
financiële malversaties ontslagen bij zijn vorige werkgever,
Erasmus Verzekeringen", wist de raadsman.
Dat Van Santen eigenlijk helemaal geen bestuurder van een
verzekeringsmaatschappij had mogen zijn, bleek uit eerdere
verklaringen van een directie-secretaresse en Frans Maes:
"De heer van Santen was zwaar aan de drank, stond privé
meer dan een miljoen gulden rood en wilde zijn inkomen per se
uitbetaald krijgen via dubieuze Antilliaanse vennootschappen,
bedoeld om de belasting te ontduiken. Niettemin blijft de
Verzekeringskamer volhouden dat een antecedententoetsing niets
zou hebben opgeleverd. Ik heb eerder het idee dat zij deze taak
niet juist, of beter gezegd: helemaal niet heeft
uitgevoerd."
De Haagse rechtbank hoopt op 18 april uitspraak te doen.